30 september 2020: instabiele teensloten

Hallo ORKers,

Pas geleden was er weer een bijeenkomst van de begeleidingsgroep techniek van het ORK. Dit keer digitaal natuurlijk, maar desondanks toch een leuke bijeenkomst. En zoals altijd bleek het aantal onderwerpen weer groter dan de beschikbare tijd. In de bijeenkomst gaf Niek Bosma van het Wetterskip een toelichting over instabiliteit van slootoevers. Een toelichting die ook zomaar buiten Fryslân interessant kan zijn en daarom onderwerp van deze blog… je zult er maar last van hebben.

Het is namelijk zo dat in het werkgebied van Niek de komende jaren geëxperimenteerd zal worden met flexibele polderpeilen. Het gaat hierbij niet zomaar om een paar centimeter variatie, maar dit kan wel oplopen tot 50 cm. Dit levert risico’s op voor de stabiliteit van oevers.

Vanuit het perspectief van regionale keringen is instabiliteit van teensloten een veel voorkomend bezwijkmechanisme. Mede daardoor onderzoekt het Nederlands Meetinstituut (NMI) samen met een aantal waterschappen de sturende factoren en processen die leiden tot oeverafkalving. De oorzaken van afkalving blijkt zeer divers (zie ook het figuur).

Mocht je nu stabiele oevers willen houden dan zul je moeten zorgen dat er zorgvuldig gebaggerd wordt. Onzorgvuldig baggeren trekt het fundament onder het talud weg. Ook is het goed te zorgen dat de tijdsduur van lage peilen zo kort mogelijk wordt gehouden en als het dan toch moet liefst met kleine stappen. Lage peilen leiden namelijk tot veenoxidatie, zeker als het peil onder de begroeiingsgrens komt te liggen.

Dit lopende onderzoek bij het NMI heeft ook een mooi raakvlak met het ORK onderzoek “toetsen op degradatie”, als de berm van de sloot namelijk langzaam afkalft, kan je als beheerder de vraag stellen: is de afkalving substantieel en zo nee, kan ik daarom een eerder toetsresultaat gewoon overnemen.

Hartelijke groet en werkze

Robin

Door |2020-09-29T08:21:59+01:00september 29th, 2020|Blog|0 Reacties

2 september 2020: zorgplicht voor de regionale keringen

Hallo ORKers,

Het is weer even geleden, maar daar zijn we weer. De vakantie was lekker en dit keer in Nederland. Voor de temperatuur hoefde je het ook niet veel verder te zoeken trouwens. Toen Nederland op zijn heetst was, zijn wij naar het exotische Ameland vertrokken en na een aantal relaxte weken weer met de voorlopers van storm Francis teruggewaaid.

Het werk gaat dus weer beginnen en er komen bij ORK weer een heel aantal leuke onderwerpen voorbij de komende maanden. Een van die onderwerpen is de zorgplicht voor de regionale keringen, of zoals sommigen die liever noemen: de zorgtaak. We willen graag de consequenties van sturing op de zorgtaak in beeld brengen. Vervolgens willen we goede afspraken tussen toezichthouder en beheerder ontwikkelen over het uitvoeren van de zorgtaak en de invulling van het toezicht daarop.

Een aantal waterschappen zijn hier al in meer of mindere mate mee bezig zoals Aa en Maas, HHNK en Vallei en Veluwe. De ervaringen van deze waterschappen gebruiken we om te kijken of we tot een landelijke aanpak kunnen komen. Hierbij ontstaan vervolgens ook kansen om door een goede invulling van de zorgtaak doelmatiger om te gaan bij toetsing en verbetering van de regionale keringen.

Vanuit het ORK zal Aart Los trekker worden van dit onderwerp. Aart: super dat je dit oppakt, maar het is natuurlijk ook op je lijf geschreven gezien je rol bij de Unie. Als iemand vragen of slimme opmerkingen heeft ten aanzien van de zorgtaak regionaal, dan horen wij dat graag.

Veel groeten en werkze weer!

Robin

Door |2020-09-01T11:22:25+01:00september 1st, 2020|Blog|195 Reacties

1 juli 2020: Gefeliciteerd Luis!

Hallo ORKers,

Luis Benavides Narvaez is vast niet bij jullie allemaal bekend, maar daar zal ik nu verandering in brengen. Luis heeft namelijk aan de Hogeschool van Amsterdam een afstudeervak gedaan wat ook voor ons relevant is. In zijn studie probeert hij een realistischer beeld van de buitenwaartse stabiliteit bij regionale keringen te krijgen. Bij toetsingen worden de buitentaluds namelijk vaak afgekeurd terwijl dat niet aansluit bij het gevoel van de beheerder. Onrealistische toetsresultaten, lijkt het dus.

In het afstudeervak richtte Luis zich op het verkrijgen van een meer realistisch beeld van de berekende stabiliteit van buitentaluds van boezem- en kanaalkaden. Uitgevoerde gevoeligheidsanalyses tonen aan dat de cohesie van de grond in het kadelichaam, de helling van het buitentalud en de mate van na-ijling van de grondwaterstand significante invloed op de berekende stabiliteit hebben. Het toepassen van voorzichtige en dus ongunstige waarden leiden daardoor al snel tot een erg lage berekende stabiliteit. Zodoende wordt bij een toets op veiligheid aanbevolen deze kenmerken goed te bepalen, omdat het hanteren van veilige waarden vrijwel zeker tot het afkeuren op de buitenwaartse stabiliteit leidt. Gezien de grote invloed, verdient het sowieso aanbeveling de onder water! toestand van het buitentalud goed te inspecteren, omdat aantasting door graverij of erosie tot een sterke afname van de stabiliteit leidt.

Gisteren heeft Luis zijn eindpresentatie gegeven. Een duidelijke presentatie van een goed uitgevoerd onderzoek. De begeleiders hebben hem dan ook met een 8,9 beloond. Gefeliciteerd Luis! Het rapport wordt ook uitgebracht als Stowa rapport, maar voor wie niet kan wachten tot het zover is en het niet erg vindt om 20 Mb te downloaden… HIER kan je hem al inzien.

Veel werkplezier en tot de volgende blog.

Robin

Door |2020-08-24T06:28:22+01:00juni 30th, 2020|Blog|267 Reacties

17 juni 2020: Droogtescan!

Hallo ORKers,

Dat het droog is, ondanks de regen van afgelopen dagen, is ondertussen geen nieuws meer. Vraag blijft wel wat de meteorologische droogte nu betekent voor de droogte van de kaden zelf. Ondanks dat inspecties van de kaden een belangrijke schakel zal blijven vormen, zouden we toch ook graag op een andere manier geïnformeerd willen worden wanneer droogtegevoelige kaden te droog worden. Daarom is dit jaar een onderzoek gestart onder de naam ‘droogtescan’. Samen met hoogheemraadschappen Delfland, Rijnland en Schieland en de Krimpenerwaard proberen we inzicht te krijgen in de waterhuishouding van boezemkades in tijden van langdurige droogte. En het treft… we lijken er in geslaagd om het droogste jaar van de afgelopen eeuw te kiezen.

Wat we in de droogtescan doen komt er in het kort op neer dat satellieten vlak dekkende schattingen leveren van hoe droog de kering is. Deze schattingen worden vergeleken met een tiental raaien met peilbuizen die de daadwerkelijke droogte in de kade meten. De afgelopen maanden is gewerkt aan een applicatie waarin de satellietgegevens zichtbaar worden gemaakt en zijn de peilbuizen geplaatst en afgesteld. Sinds een paar weken wordt er ook echt gemeten. Het zou mooi zijn als deze methode in de toekomst operationeel wordt omdat dan beter risico-gestuurd geïnspecteerd kan worden en daardoor zorgvuldiger inspecteurs ingezet kunnen worden. Want man-kracht is schaars in tijden van extreme droogte.

Op onze website is meer uitleg te vinden over wat we met de droogtescan doen. Daarnaast is een film gemaakt door Stefan Flos. De film staat hiernaast en laat op een mooie manier het werk zien van een aantal vakmensen.

Veel groeten, werkze en tot de volgende keer

Robin

Door |2020-06-17T08:30:00+01:00juni 17th, 2020|Blog|5 Reacties

3 juni 2020: Waterrobuust Zwolle

Hallo ORKers,

De pilot Zwolle is afgerond! Dat is mooi nieuws. Oorspronkelijk hadden we bij deze pilot het idee om met een scrum methode snel, in een maandje of drie, tot antwoorden op de onderzoeksvragen te komen. Ik heb even teruggekeken en het startoverleg was op 4 oktober 2018. Het scrummen is dus niet helemaal van de grond gekomen. Maar het is wel gelukt om tot een samenwerking te komen tussen provincie, waterschap en gemeente en dat maakt de pilot bijzonder en waardevol.

Met de pilot Zwolle hebben we bereikt dat we ook andere mogelijkheden laten zien om een gebied op een doelmatige manier te beschermen tegen hoog water. Met de pilot geven we een eerste aanzet hoe we slim kunnen investeren om op een optimale manier de veiligheid van een dynamisch gebied te kunnen bereiken, door bijvoorbeeld het plaatsen van een gemaal of slimme ruimtelijke inrichting. Vroeger werd dit afwentelen genoemd… en dat is natuurlijk niet aardig. Maar door het juist samen op te pakken is het in een keer geen afwentelen meer, maar los je gewoon samen een probleem op! Dat we daar niet eerder op zijn gekomen.

Bij deze wil ik het Zwolle team hartelijke bedanken voor het mee denken én werken. Dianne, Marieke, Mirjam, Andreas, Toin, Ronald en Ferdi bedankt hiervoor.

Hartelijke groet en werkze

Robin

Door |2020-06-03T07:34:20+01:00juni 3rd, 2020|Blog|26 Reacties

26 mei 2020: Of je nu door de kat of door de hond wordt gebeten…

Hallo ORKers,

Je zou bijna vergeten dat er naast ORK nog meer bestaat, maar bij Stowa worden een heel aantal andere bijzondere studies uitgevoerd. Eén daarvan is de studie naar een integrale risico analyse die onder de vlag van de commissie wateroverlast wordt uitgevoerd.

In deze studie wordt het risico op inundatie ofwel waterbezwaar in een gebied bekeken. Dit waterbezwaar kan verschillende oorzaken hebben, heftige of langdurige regenbuien of doordat een kering niet doet waarvoor zij bedoeld is. Dit is interessant omdat op deze manier verschillende oorzaken van waterbezwaar met elkaar, integraal dus, vergeleken worden. Door deze integrale kijk kan makkelijker een doelmatige oplossing gekozen worden omdat niet alleen de oorzaken maar ook de kosten integraal bekeken worden. En hier wordt het dus erg interessant, ook voor de regionale keringen!

Veel van de regionale keringen zijn ondertussen versterkt, maar de lager genormeerde keringen moeten nog aangepakt worden. Het zijn juist deze laag genormeerde keringen waarbij vragen naar voren komen of de kosten van de geplande versterking wel opwegen tegen het resultaat. Al bij een aantal waterschappen wordt gekeken of een andere ingreep dan puur het versterken van de kering, kan helpen bij het bereiken van de gewenste veiligheid. Je kan bijvoorbeeld denken aan het vergroten van de gemaalcapaciteit of gebruik te maken van compartimentering. De integrale risicoanalyse kan helpen bij het maken van dit soort keuzes.

Om de toepasbaarheid te testen willen we starten met casussen waarbij we eerst gaan kijken hoe we tot een gebiedsnorm kunnen komen. En als we die norm hebben, hoe we daar vervolgens eisen van maken voor de keten, het systeem en de keringen. Op het moment dat we eisen voor de kering hebben, zijn er waarschijnlijk ook verschillende mogelijkheden om te voldoen aan die eisen. Natuurlijk kan dat door ‘gewoon’ te versterken, maar ook kwalitatief toetsen, aangepast beheer en bewezen sterkte worden ineens kansrijk. De kansen lijken groot… ik wordt er helemaal blij van, wat is het toch heerlijk dat we dit soort vraagstukken mee mogen werken.

Veel groeten en werkze

Robin

PS. Er was hier thuis even paniek gisteren. Het koffiezetapparaat had het begeven, maar dat is gelukkig weer opgelost!

Door |2020-05-26T10:21:12+01:00mei 26th, 2020|Blog|9 Reacties

13 mei 2020: Onmisbaar!

Hallo ORKers,

Vandaag eens keer een niet inhoudelijk onderwerp, even iets anders. Jullie herkennen het vast ook wel bij jullie werkzaamheden… al het werk wat achter de schermen gebeurt en zo onmisbaar is voor je eigen werk. Maar ondanks dat je weet dat het werk onmisbaar is, vergeet je in alle hectiek toch regelmatig te laten merken dat je eigenlijk best wel blij bent dat je dit niet allemaal zelf hoeft te doen. Deze blog wil ik gebruiken om twee personen in het zonnetje te zetten. En aan jullie allemaal de oproep hetzelfde te doen bij jullie onmisbare collega’s. Daarom bij deze:

Petra, Jet, super bedankt voor al het werk wat jullie doen. Ik ben ontzettend blij dat jullie er zijn en dat ik me daarom kan richten op het werk wat ik echt leuk vind. Ik zal mijn dochters vragen of ze een mooie kaart willen knutselen… en als ze dat niet willen dan knutsel ik er zelf een in elkaar.

Volgende keer weer een inhoudelijk onderwerp. Dat zal waarschijnlijk gaan over de pilot die we in Zwolle hebben uitgevoerd, maar daar denk ik nog even over na.

Veel groeten en blijf gezond

Robin

Door |2020-05-13T06:22:44+01:00mei 13th, 2020|Blog|1 Reactie

6 mei 2020: We gaan terug naar 1960….

Hallo ORKers,

Daar zijn we weer. Wisten jullie dat de huidige veiligheidsbenadering haar oorsprong vindt in de overstroming van Tuindorp Oostzaan in 1960? Ik wist dat niet, maar Martin Nieuwjaar heeft het voor ons uitgezocht. Natuurlijk heeft Wilnis ook wel iets met de benadering te maken zoals we die nu gebruiken, maar de oorsprong gaat dus al verder terug.

Er is nu bijna 15 jaar ervaring opgedaan met het toepassen van de veiligheidsbenadering. Intussen zijn ook veel regionale waterkeringen versterkt, maar het ontstaan en de achtergronden hiervan zijn in de vergetelheid geraakt. Om deze toch levend te houden, zijn de achtergronden in een klein rapport samengevat. Leuk om te lezen waar we bij de regionale keringen veiligheid technisch vandaan zijn gekomen. Het rapport is HIER te vinden.

Zoals het rapport in de laatste hoofdstuk laat zien, is de veiligheidsbenadering gebaseerd op technische inzichten van meer dan 20 jaar oud en bovendien gekalibreerd op uitgangspunten van 30 tot 50 jaar oud. Het is dus daarom een goede zet om huidige veiligheidsbenadering opnieuw tegen het licht te houden. Al was het alleen maar om de in het verleden gemaakte keuzen te kunnen herbevestigen. Martin, dankjewel voor het uitzoeken.

Veel groeten en tot de volgende keer

Robin

Door |2020-05-05T13:19:47+01:00mei 4th, 2020|Blog|7 Reacties

29 april 2020: Droog!

Hallo ORKers,

Het was de warmste Koningsdag ooit vertelden ze op het jeugdjournaal… en volgens mij ook de Koningsdag met het grootste neerslagtekort ever. Sinds de scholen dicht zijn, hebben we natuurlijk enorm geluk gehad met het heerlijke weer, maar het is ondertussen al wel lekker droog geworden. Ik heb ook nog nooit zo vroeg in het jaar de tuin al gesproeid.

Dat het droog is besefte ik zelf pas echt op 16 april toen ik, eigenlijk een beetje per ongeluk, op de SPI kaart keek. Op deze kaart kan je kijken hoe droog (of nat) een gebied is, vergeleken met een reeks historische regendata die de afgelopen jaren in dezelfde periode gevallen is. De kaart met daarop de gegevens van de afgelopen maand was echt helemaal rood. Zo rood dat ik in eerste instantie dacht dat er een fout in het onderliggende programma geslopen was. Maar dat was dus niet het geval… zoals ook de KNMI grafiek van het neerslagtekort liet zien.

Het is natuurlijk nog te vroeg om conclusies te trekken, maar er is in elk geval al een goede basis gelegd voor een droog 2020. En ik weet niet zeker of het goed nieuws is, maar deze droge start past wel mooi in een onderzoek wat we dit jaar gestart zijn. Met dit onderzoek proberen we, samen met een aantal waterschappen, beter inzicht te krijgen in de ontwikkeling van de waterhuishouding in keringen tijdens een (langdurige) periode van droogte. Dit doen we door peilbuisdata te combineren met satellietgegevens. Hiernaast bijvoorbeeld een grafiek waarin de waterstand in de kering is gedurende enkele weken in april. Ik zal de komende tijd via onze waterweren.org website meer aandacht besteden aan dit lopende onderzoek en proberen om actuele gegevens inzichtelijk te maken.

Geniet van de mei vakantie, hebben jullie trouwens nog vakantieplannen?

Veel groeten

Robin

PS. Hier nog een LINK naar een leuk interview met Oscar van Dam.

Door |2020-04-29T07:36:53+01:00april 29th, 2020|Blog|6 Reacties

22 april 2020: Een dilemma…

Hallo ORKers,

Zo… even een tandje erbij, althans voor mij en Ludolph. Bij de toetsing van de regionale keringen hanteren we een set veiligheidsfactoren. Dit is natuurlijk altijd al een erg sexy onderwerp geweest waar we graag en lang over willen praten, maar er zit ondertussen wel een dilemma.

Het dilemma komt er in het kort op neer dat we een goed werkende toetsmethode hebben, met een ‘organisch’ gegroeide set partiële veiligheidsfactoren. Bij elke aanpassing wordt het steeds moeilijker uitlegbaar hoe de set veiligheidsfactoren nu tot stand is gekomen. Dit komt omdat we veelal de ontwikkeling bij de primaire keringen gevolgd hebben, vaak met een invulling passend bij het karakter van de regionale keringen. Als voorbeeld: in 2007 (Addendum TRWG) zijn de materiaalfactoren bij primaire keringen aangepast, voor stabiliteit binnenwaarts. Uit een verkenning bleek echter dat het direct overnemen van de primaire materiaalfactoren een sterk nadelige impact voor regionale keringen zou betekenen, met name voor boezemkaden. Daarom is destijds voor de regionale keringen een eigen set materiaalfactoren afgeleid, waarbij meteen een schematiseringsfactor is geïntroduceerd. De introductie van de schematiseringsfactor is niet integraal doorgevoerd voor alle faalmechanismen, waardoor op dit moment alleen voor stabiliteit de onzekerheid in de schematisering expliciet wordt meegenomen in de set veiligheidsfactoren.

Maar ook in 2015 toen een definitieve versie van de Leidraad voor het toetsen van de regionale keringen verscheen, speelden allerlei ontwikkelingen bij primair waar ze over gingen stappen naar de overstromingskansbenadering. Vanwege deze lopende ontwikkeling is toen besloten om voor regionaal niet te veel tijd te steken in de veiligheidsfactoren. Echter de vragen over aanpassing op nieuwe ontwikkelingen en het vaststellen van nog ontbrekende veiligheidsfactoren bleven bestaan. Wie hier meer over wil weten: in bijlage 1 van de toetsleidraad is een interessant stuk over dit onderwerp te vinden. Dit stuk is van de hand van Ed Calle die dit net voor zijn pensionering heeft opgesteld.

Maar we zien nu ook een kans om het dilemma te doorbreken omdat we op dit moment grondig beschouwen of de huidige veiligheidsbenadering aangepast moet worden. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid om ook een nieuwe basis te maken voor de veiligheidsfactoren, met misschien wel een open faalkansbegroting (wat ook binnen de overschrijdingskansbenadering trouwens gewoon mogelijk is).

Veel groeten en werkze

Robin

PS Omdat Ludolph en ik nu zo lekker in dit onderwerp zitten, nog een kleine nabrander. Voor boezemkaden is indertijd een gemiddelde materiaalfactor gehanteerd, daarbij is verondersteld dat het aandeel van klei en veen in de kering gelijk is. Daarnaast is verondersteld dat de verhouding tussen de bijdrage van c’ en ϕ’ aan de schuifweerstand 1:2 is. Mocht iemand toevallig een kade hebben waarin dit significant anders is, is Ludolph graag bereid je verder te helpen, om met maatwerk een specifieke beta onafhankelijke materiaalfactor af te leiden vanuit een lokale gamma – beta relatie.

Door |2020-04-22T06:16:32+01:00april 21st, 2020|Blog|8 Reacties