Hallo ORKers,

Pas geleden was er weer een bijeenkomst van de begeleidingsgroep techniek van het ORK. Dit keer digitaal natuurlijk, maar desondanks toch een leuke bijeenkomst. En zoals altijd bleek het aantal onderwerpen weer groter dan de beschikbare tijd. In de bijeenkomst gaf Niek Bosma van het Wetterskip een toelichting over instabiliteit van slootoevers. Een toelichting die ook zomaar buiten Fryslân interessant kan zijn en daarom onderwerp van deze blog… je zult er maar last van hebben.

Het is namelijk zo dat in het werkgebied van Niek de komende jaren geëxperimenteerd zal worden met flexibele polderpeilen. Het gaat hierbij niet zomaar om een paar centimeter variatie, maar dit kan wel oplopen tot 50 cm. Dit levert risico’s op voor de stabiliteit van oevers.

Vanuit het perspectief van regionale keringen is instabiliteit van teensloten een veel voorkomend bezwijkmechanisme. Mede daardoor onderzoekt het Nederlands Meetinstituut (NMI) samen met een aantal waterschappen de sturende factoren en processen die leiden tot oeverafkalving. De oorzaken van afkalving blijkt zeer divers (zie ook het figuur).

Mocht je nu stabiele oevers willen houden dan zul je moeten zorgen dat er zorgvuldig gebaggerd wordt. Onzorgvuldig baggeren trekt het fundament onder het talud weg. Ook is het goed te zorgen dat de tijdsduur van lage peilen zo kort mogelijk wordt gehouden en als het dan toch moet liefst met kleine stappen. Lage peilen leiden namelijk tot veenoxidatie, zeker als het peil onder de begroeiingsgrens komt te liggen.

Dit lopende onderzoek bij het NMI heeft ook een mooi raakvlak met het ORK onderzoek “toetsen op degradatie”, als de berm van de sloot namelijk langzaam afkalft, kan je als beheerder de vraag stellen: is de afkalving substantieel en zo nee, kan ik daarom een eerder toetsresultaat gewoon overnemen.

Hartelijke groet en werkze

Robin